Concreet

Wie iets nieuws wil bouwen in afstemming op de omgeving, moet voldoende ruimte open laten voor degene die de plannen ten uitvoer gaat brengen.

Toch weten we, juist doordat de doorgaande lijn van ontwikkeling zo belangrijk is, inmiddels al veel over hoe de educatieve benadering er in de praktijk uit zal komen te zien.

Nieuwsgierigheid en motivatie zijn leidend

Ieder schooljaar besteden we de eerste periode (blad) aan het in kaart brengen van wat we al in huis hebben en wat we verder willen ontwikkelen en aanpakken. Zo heeft iedere leerling een individueel leerplan waar we de overige 4 bladen mee aan de slag kunnen. Onze acties en vorderingen leggen we vast in ons portfolio.

Kennis, omgeving en betekenis.

Actieve betrokkenheid is een belangrijke voorwaarde voor leren. Die betrokkenheid ontstaat doordat de kennis betekenis krijgt. Kennis krijgt die betekenis pas als ze een gevolg heeft in de wereld.. Oorzaak en gevolg kunnen echt worden beleeft, als er in de praktijk iets mee gebeurt. Daarvoor zijn leeromgevingen nodig die géén klaslokaal zijn.

Zo zullen we kennis van economie combineren met werken in de winkel (Het Markthuis, bijvoorbeeld), een bezoek aan een bank en begrotingen maken voor een eigen project.

Aardrijkskunde combineren we met excursies in de omgeving, archeologisch onderzoek en wadlopen. Bijvoorbeeld

Om het vak geschiedenis context te geven kunnen we in gesprek met ouderen en op zoek naar de geschiedenis van plekken en groepen in de nabije omgeving.

Wiskunde koppelen we aan muziek en projecten in de werkplaats. Voor taal en cultuur gaan we in gesprek met native speakers en koken we gerechten uit andere werelddelen.

In het bos, het stadspark, de tuinderij en in de heemtuin bestuderen en verzorgen we wat daar leeft en groeit, zodat de lesstof uit boeken handen en voeten en wortels krijgt. Voortplanting? Langs bij de verloskundige, of zelf bacteriën en schimmels opkweken.

De lesstof die geconcentreerd in de boeken wordt opgedaan, zullen we verwerken in de omgeving waar die theorie tot leven komt. En andersom.

Onderzoeken, samenwerken, vervaardigen en presenteren zullen integrale vaardigheden zijn die in alle vakken worden geoefend. En uit de dialoog met de leerlingen zoeken we wat leerlingen ook naast hun academische vaardigheden willen ontwikkelen. Zo krijgt mede op basis daarvan de schoolloopbaan vorm en zin:

Burgerschapsvorming

Terwijl we leren, leveren we een bijdrage aan de wereld om ons heen. We zetten ons actief in voor sociale ondernemingen, (maatschappelijke) stages en projecten voor goede doelen. 

Daarmee bekwamen we ons in het zo goed mogelijk zorg dragen voor onszelf, elkaar en de omgeving. Daarbij maken we gebruik van de eeuwen aan kennis en levenskunde (inclusief praktische filosofie) die de mensheid inmiddels heeft voortgebracht en blijven voortdurend openstaan voor nieuwe invalshoeken (voortschrijdend inzicht). 

Want de jeugd heeft een gezonde wereld nodig, en de wereld kundige, gedreven en vindingrijke, betrokken burgers.

Hoe organiseren we dat?

De fase van ontwikkeling en de nieuwsgierigheid van de leerlingen bepalen het tempo en de groepssamenstellingen waarmee we werken. De leerlingen maken deel uit van een grotere groep (max 72 leerlingen) en werken in kleinere subgroepen gericht aan vaardigheden die aansluiten bij hun individuele ontwikkelingsfase. Daarbij krijgt de leerkracht weer de status en rol die hem toekomt, namelijk die van meester en vormgever van leeromgevingen en onderwijs.